Lager 1ste graad

lager 1e graad

Voor het 1ste en 2e leerjaar hebben we een receptief en een begeleid aanbod. Receptief wil zeggen dat je aan de hand van een werkmap en werkkoffer op de boerderij zelf met de leerlingen aan de slag gaat (boerenverstand 1 en 2). De bijzaak 1 is dan weer een halve dag die door ons begeleid wordt en waarbij je meer te weten komt over deze BIJzondere insecten.

 

 

INSCHRIJVINGSFORMULIER ONLINE OP 20 JUNI 2017, dan pas kan er worden ingeschreven

Boerenverstand 1

INSCHRIJVINGSFORMULIER 2017-2018
Aan de hand van concrete opdrachten met je klas zelf op verkenning gaan, zonder begeleiding vanuit het Neerhof. Je krijgt uiteraard vooraf alle informatie om de uitstap voor te bereiden. Ter plaatse staan een spelkoffer en het nodige materiaal klaar. In het voorgestelde programma werk je aan verschillende opdrachten: het herkennen en benoemen van dieren, voorbeelden geven van producten die afkomstig zijn van dieren, belangrijke voedingsmiddelen benoemen, dierengeluiden nabootsen, enzovoort. Deze talige activiteit, waarbij de nadruk op benoemen ligt, is als spel opgevat. Boerenverstand niveau 1 is gericht op het 1e en 2e leerjaar en is opgevat als actieve quiz. De kinderen spelen in kleine groepjes. Ze verkennen de boerderij, observeren, zoeken, vragen,... Voor elke opdracht krijgen ze een kleine beloning die ze als grote groep verzamelen. Uiteindelijk halen ze een boerderijdiploma voor de nieuw verworven kennis.

  • Hele schooljaar
  • Maandag- en vrijdagvoormiddag
  • 1ste of 2de leerjaar
  • 90 tot 120 minuten
  • 1 extra begeleider aan te raden.
  • Eigen lunchpakket mogelijk
  • Het Neerhof stelt het materiaal ter beschikking.
  • 45 euro per klas

Activiteiten voor in de klas (voorbereiding/verwerking)

Na inschrijving ontvang je een powerpoint via We Transfer. Deze powerpoint laat je toe het bezoek voor te bereiden.
Gelieve deze zo snel mogelijk ( binnen 7 dagen) te downloaden. Mocht je deze niet ontvangen, neem dan snel contact met ons op.


Eindtermen lager onderwijs

Sociale vaardigheden – relatiewijzen en samenwerking
De leerlingen spelen in kleine groepen. Ze moeten samen werken om een goed resultaat te bereiken. Hierbij komen vaardigheden aan bod zoals leiding nemen, onder leiding van medeleerlingen meewerken, respectvol kunnen omgaan met elkaar, naar elkaar luisteren, voor elkaar zorgen, hulp durven vragen, kritische durven zijn.

Mens en maatschappij

Ik en mezelf: “Ik hou van de koeien” “ Ik heb geiten in Marokko bij mijn nonkel”
Ik en de andere: “We moeten samenblijven in ons groepje, geef me je hand, dan gaan we samen bij de hond.”
Tijd: “Snel, de anderen kennen de voeding van de koe al…”
Ruimte: De leerlingen volgen het grondplan dat ze eerst met de juf samen doorliepen

Wereldoriëntatie – Levende en niet-levende natuur
“Hee! De geiten hebben lammetjes, en de schapen ook!”

Wiskunde
Getallen: Tijdens het ei - rekenspel tellen de kinderen eenheden op.
Meetkunde: Bij gebruik van het “zoekspel” als vorm van rondleiding zoeken de kinderen herkenbare elementen op het domein en duiden deze aan op een lijst. Tijdens de rondleiding “wie woont waar?” krijgen de kinderen  een plattegrond waarmee ze zich leren oriënteren in de ruimte van de boerderij.

Nederlands –luisteren, spreken, schrijven en lezen
“Wat zijn de afspraken op de boerderij?”
Voor het woordzoeker-spel moeten de kinderen boerderijbegrippen herkennen en eventueel voorlezen voor de andere kinderen van de groep.

Lichamelijke opvoeding
Motorische competenties: De leerlingen bewegen zich vrij op de boerderij.
veilig bewegen, bewegen in verschillende milieus “Niet achter het paard gaan staan.”

Muzische vorming
beeld: We scheuren een kip uit een blad krantenpapier.
drama, beweging: “Hinnik en galoppeer als een paard” De leerlingen beelden activiteiten van de boer of de boerin uit.

Boerenverstand 2

INSCHRIJVINGSFORMULIER 2017-2018

Boerenverstand niveau 2 is gericht op het 2de leerjaar en is opgevat als hoekenwerk op de boerderij. Na het verkennen van de boerderij aan de hand van een plattegrond of een zoekspel gaan de leerlingen in groep op onderzoek met een klein boekje. Ze leren 6 verschillende aspecten van de dieren beter kennen: het lichaam, moeder – vader – kind, hun uitwerpselen, hun product, hun voeding, hun voetafdruk. Deze aspecten bekijken de leerlingen om te oefenen eerst bij zichzelf om daarna te vergelijken met de dieren. Het begint in klasverband waarbij de leerkracht het verhaal vertelt van de kleine mol op wiens kop is gekakt. Daarna gaan de kinderen in kleine groep zelf aan de slag.

  • Hele schooljaar
  • Maandag- en vrijdagvoormiddag
  • 2e leerjaar
  • 90 – tot 120 minuten
  • Graag minstens 2 extra begeleiders/ouders.
  • Eigen lunchpakket mogelijk
  • Het Neerhof stelt het materiaal ter beschikking.
  • 45 euro per klas


Activiteiten voor in de klas (voorbereiding/verwerking)

Na inschrijving ontvang je een powerpoint via We Transfer. Deze powerpointlaat je toe het bezoek voor te bereiden.
Gelieve deze zo snel mogelijk  (binnen 7 dagen) te downloaden. Mocht je deze niet ontvangen, neem dan snel contact met ons op.


Eindtermen lager onderwijs
 
Sociale vaardigheden – relatiewijzen en samenwerking
De leerlingen spelen in kleine groepen. Ze werken samen om een goed resultaat te bereiken. Hierbij komen vaardigheden aan bod zoals leiding nemen, onder leiding van medeleerlingen meewerken, respectvol omgaan met elkaar, naar elkaar luisteren, voor elkaar zorgen, hulp durven vragen, kritisch durven zijn.

Mens en maatschappij
Ik en mezelf: “Ik heb ook een hond, Rakker”, “Mijn oma heeft kippen in de tuin”.
Ik en de andere en in groep: “Ik ben niet bang van de hond. Ik zal de hond aaien, dan kunnen jullie vlug voorbij”.
Ruimte: “We moeten naar de koeien. Kijk vlug op het plan waar ze staan!”

Wereldoriëntatie – Algemeen, levende en niet-levende natuur
“Hé, die kaka is niet van de koe, ’t is daarnaast bij de geit dat je die moet tekenen”.

WO – Milieu
De leerlingen plaatsen het juiste product bij een dier.

Muzische vorming – Beeld
De leerlingen herkennen uitwerpselen, producten, voeding en voetafdrukken  van de dieren aan de hand van afbeeldingen.

Nederlands
Luisteren: We luisteren naar het verhaaltje van de kleine mol. “Wat zijn de boerderijregels?”
Spreken, lezen, schrijven: We voeren opdrachten uit en noteren oplossingen in ons werkschriftje.

Lichamelijke competenties
Motorische competenties: De leerlingen bewegen zich vrij op de boerderij.
Veilig bewegen, bewegen in verschillende milieus: “De draad bij de varkensomheining niet vastnemen!”

Wiskunde –meetkunde
We zoeken op de plattegrond de woonplaats van de varkens.

De Bijzaak 1

INSCHRIJVINGSFORMULIER 2017-2018
Wie woont er allemaal in een bijenkorf?

Via een speels bijenpad kom je alles te weten over deze BIJzondere insecten.
We verkleden ons als imker en we worden een honingbij die nectar verzamelt en pollen oppikt.
Je leert de verschillende soorten bijen onderscheiden en we bekijken de honingbij door een loep.
We gaan zo dichtBIJ dat je ze zelfs kan aaien!

  • September/oktober + na de paasvakantie tot einde schooljaar
  • Dinsdag en donderdag (Halve dag)
  • 1e graad lager onderwijs
  • 2 uur (van 10u-12u en van 13u-15u)
  • Graag 2 extra begeleiders/ouders
  • Eigen lunchpakket mogelijk
  • 4 Euro per deelnemer

Activiteiten voor in de klas (voorbereiding/verwerking)
Op onze pinterestpagina: www.pinterest.com/hetneerhofvzw vind je een bord ‘Bijzaak1’ ter inspiratie.

Eindtermen lager onderwijs

Wereldoriëntatie
Natuur
We verkleden ons als imker en gebruiken al zijn materiaal.
Als er geen imker was, zouden de bijen dan in een kast wonen?
Leer tijdens het spelen van memory een hommel, wesp, honingbij, wilde bij en een zweefvlieg onderscheiden.
De leerlingen zien bij mooi weer de bijen buiten vliegen. Bij regenweer of koude blijven de bijen binnen.
Voor ons voedsel zijn we afhankelijk van de bijen. Zij bestuiven en zorgen ervoor dat alles groeit en bloeit.

Gezondheid
Bang voor een bijensteek? De imker neemt zijn voorzorgen.
Aan het bijenpaneel EHBO leren de kinderen wat te doen bij een bijensteek.

Techniek
Bij het rollen van de kaars uit bijenwas leren ze de handeling stap voor stap uitvoeren.

Mens
Bij het bezoek aan de bijen is het belangrijk stil en rustig te zijn.

Ruimte
We volgen het bijenpad met een plattegrond.

Sociale vaardigheden - relatiewijzen
We verdelen ons in groepjes, verdelen de taken onder elkaar en wachten onze beurt af.

Wiskunde – meten
De leerlingen nemen waar welke de grootste bij is: de dar, de koningin of de werkster
Bij het tonen van de raten van de bijen zien dat hun cellen perfecte hexagonen vormen.

Nederlands  - Luisteren
We luisteren eerst naar de uitleg bij het spel om stuifmeel binnen te halen.

Lichamelijke opvoeding - motorische competenties
Bij het stuifmeelspel leven de kinderen zich in als bij. Ze krijgen een ‘stuifmeelkorf’ aan en met een facetogenbril zoeken ze stuifmeel om naar de honingraat te brengen.
Ze dansen zoals de bij een rondedans en een kwispeldans .

Muzische vorming - Muziek
“Hoor je de bijen zoemen? Hoe maken ze dit geluid?”